Genealogie Familie Kroeze uit Kampen

Over 25 generaties (in ontwikkeling)

Hoofdstuk '15e en 16e eeuw'

     
 

Terug naar 14e eeuw

Verder naar de 17e en 18e eeuw
   

 (4) 1.1.4.3

Claas KRUSE - 33

 

Overlijden - - datum:

1497

Overlijden - - plaats:

Kampen

 

 

Echtgenoot:

Gese WILTINCK – 34

Huwelijk - plaats:

Kampen

 

 

Kinderen:

Louise – 35 – geb rond 1465

Claas – 36 – geb rond 1465

         
 

Het jongste kind van Lodewijk was genoemd naar zijn vader. Het gaat om Claas die werd geboren rond 1440 en overleed omstreeks 1497. Claas trouwde met ene Gese Wiltinck en zij hadden twee kinderen nl. Louise en Claas.

 

Zoon Claas volgde zijn vader in 1491 op in de Gezworen Gemeente en werd in 1492 in de Raad gekozen. Lang heeft bij in dat college geen zitting gehad.

Hij stierf al in 1497, waarbij hij een dochter Louise naliet, die trouwde met burgemeester Claas Kroeser en een zoon, naar zijn vader ook Claas genoemd, die trouwde met Johama Witte.

 

Deze tweede Claas was overigens lid van de Gezworen Gemeente in de periode 1516-1518 en lid van de Raad in de periode 1533-1537. In de tussenliggende jaren bekleedde hij de functie van schout van Kampen en Kamperveen.

         
 

IVb Claas Kruse (13). Hij werd ten behoeve van het Sint-Geertruidengasthuis op 01-06-1486 beleend met 9 morgen land in Mastenbroek, was Kerkmeester van het Sint-Catharinegasthuis 1487-1488, lid van de Gezworen Gemeente van Kampen 1491, lid van de Raad van Kampen 1492-1497, overleden 1497.

Trouwt met Gese Wilting, overleden na 02-09-1524, dochter van NN Wilting en NN Geye. Haar kleindochter Mette Kroeser verklaarde in 1546 dat Gese aan haar dochter Lodewich Kruse het erf De Kleine Oort te Zalk had nagelaten, waaruit haar enige zoon Claas Kruse als compensatie een jaarlijkse rente van 25 goudguldens trok. Als weduwe, met haar zoon Claas als haar voogd, verkocht Gese 29-09-1518 een jaarlijkse rente. Gaande uit het huis de Pellicaen in de Oudestraat, een van haar bezittingen in Kampen. Op 11-06-1520 verklaren Evert Gheye en zijn vrouw Femme dat hun nicht Gheese Kruse hen heeft voldaan van de erfenis van wijlen heer Gherbrant Geye.

 

Uit dit huwelijk:

  1. Louise [Lodewich] (27), begraven in de Sint-Nicolaaskerk in Kampen op 17-01-1539. Trouwt vóór 1519 met Claas Kroeser, kerkmeester van het Sint-Catharinagasthuis 1519-1526, lid van de Gezworen Gemeente van Kampen 1526-1527, lid van de Raad 1527-1537, overleden 22-06-1537, zoon van Hendrik Kroeser en Catharina [Ulger?].
  2. Claas (28) volgt Vb.

 

Terug naar boven

 

 

         
 

(5) 1.1.4.3.2

Claas KRUSE - 36

 

Overlijden - - datum:

4 Mei 1537

Overlijden - - plaats:

Kampen

 

 

Echtgenoot:

Johanna WITTE – 38

Echtgenoot Vader:

Ernst WITTE – 39

Echtgenoot Moeder:

Johanna PERSIJN – 40

Huwelijk - plaats:

Kampen

 

 

Kinderen:

Claas – 41 – te Kampen

Ernst – 42 – te Kampen

         
 

Claas Kruse en Johanna Witte kregen twee zonen. De oudste werd naar zijn vader en grootvader Kruse weer Claas genoemd, de jongste werd naar zijn grootvader van moederszijde Ernst genoemd. Beide broers hebben in Kampen ook weer aanzienlijke functies bekleed. Claas kwam via de Gezworen Gemeente (1546-1554) in de Raad, waarin hij zitting hield tot 1572, Ernst was van 1573 tot zijn dood schout van Kampen en Kamperveen, de functie die zijn vader (1520-1533) en zijn oom Claas Witte (1533-1572) vóór hem hadden bekleed. Het is mogelijk dat de laatste Claas Kruse protestantse sympathieën had; toen in 1572 graaf Willem van den Berg Kampen had ingenomen voor de partij van zijn zwager Willem van Oranje, werd in een nieuw gevormde Raad ook Claas Kruse weer gekozen.

Na de vlucht van Van den Berg en het herstel van het koningsgezinde gezag werd Claas in zijn bestuursfunctie niet gehandhaafd.

 

Van deze Claes is het volgende bekend m.b.t. bezittingen. Dien tienden op Campervene mit al sinen toebehoren gelegen beneden der kercke noertwert an. Voor het eerst genoemd in 1379 met als leenman Eemst van der Horst.

Vanaf 1516 wordt een flink aantal malen Claes Kruse als leeman genoemd.

 

1516 mei 3 (BE fol 115): Claes Kruse na opdracht door heer Gerbert Gheye, priester.

1518 jan 7 (BF fol 15): Claes Kruse.

1525 jan 23 (BG fol 10): Claes Crusen

1532 okt 28 (OA fol 78): Claes Kruyse

         
 

1533 mei 7, Kampen

 

Henrick van Ysselmuyden en Jacob Hoppenbrouwer, schepenen van campen, oorkonden, dat Egbert Melysz. en joffer Gese Velthuys zijn zuster, met Claes Kruse en Hermen Kistemaecker hun mombers, verkocht hebben aan Johan Thonysz. en Mr. Volcker van Urck, memoriemeesters van de H. Kruismemorie, 4 heren pond per jaar uit hun huis en erve, gelegen in de Oldestraete tussen Tymen van Voerst en Heer Wenemer Kuenretorf, strekkende tot in de Hofstraete, alsmede uit hun hof, strekkende van de Hofstraete tot aan de Nyestraete, tussen Heer Erenst van Ysselmuyden en Weyme Kromme (= weduwe Jacob van der Straten).

 

Archieven der gemeente Kampen, regesten, nr. 1258 (archief van Armenkamer)

         
 

Vb Claas Kruse (29), lid van de Gezworen Gemeente 1516-1518, schout van Kampen en Kamperveen 1520-1533, lid van de Raad van Kampen 1525 (niet beëdigd) en 1533-1537, overleden 04-05-1537.

Hij werd op 28-10-1532 beleend met goederen in het kerspel Raalte en met tienden te Kamperveen, was eigenaar van huizen in Kampen en IJsselmuiden, van een erf in De Leeuwte in het kerspel Vollenhove en van een jaarlijkse rente uit een erf in Zalk.

Trouwt met Johanna Witte, begraven in de Sint-Nicolaaskerk 17-01-1539, dochter van Ernst Witte en Adriana Persijn.

Uit dit huwelijk:

  1. Claas (37), volgt VIa
  2. Ernst (38), volgt VIb

 

Over deze Claas gaat nog een interessant verhaal. Dat gaat over de pelgrimsreizigers naar Jerusalem. Hierover staat in de Kamper Almanak 87/88 het volgende:

         
 

Een interessant verhaal over de pelgrimmage naar het Heilige Land van Claas Kruse?

 

In Kampen zijn ten hoogste vijf pelgrims gevonden die de reis naar het Heilige Land hebben ondernomen. Het vijftal bestaat uit Henrick Kuynretorff, Claas Kruse, Eylardt Cromme, Geert Kuynretorff en Grete van Jerusalem.

 

Van Claes Kruse staat echter niet vast of hij ooit in Jeruzalem is geweest. Niettemin wordt zijn naam met betrekking tot de bedevaarten naar het Heilige Land genoemd. Hij stamde uit de bemiddelde en geletterde bovenlaag van de bevolking. Familieleden van hem zijn al sinds de tweede helft van de vijftiende eeuw vrijwel doorlopend onder het ledenbestand van de schepenmemorie te vinden. Kruse begon zich voor de stedelijke gemeenschap verdienstelijk te maken als gemeensman van het Boven-espel in de jaren 1516 tot 1518. Vervolgens bekleedde hij tussen 1520 en 1533 het schoutambt van Kampen en Kamperveen. En ten slotte zat hij in de stedelijke raad van van 1533 tot zijn dood in 1537.

 

Deze Kruse nu kan op een enigszins buitennissige wijze met de Jeruzalembroederschap in verband worden gebracht, en wel wegens een dronkemansgelag in de stadswijnkelder. Hij heeft daar eind februari 1519 in gezelschap van enkele kooplieden en kleine zelfstandigen zitten pimpelen. En toen de stemming tot een hoogtepunt was opgevoerd, heeft hij met een zekere Werner Robbertsz een weddenschap gesloten. De inzet was een reis naar het Heilige Graf. Die stoerdoenerij paste zich geheel aan bij de lithurgische kalender van de kerk: het liep tegen vastentijd en de jaarlijkse manifestatie van de Jeruzalembroederschap op Palmzondag kwam in zicht; en daarmee brak pas goed het voorjaar aan, de gunstigste tijd om zo’n pelgrimage te beginnen. Het kan zijn, dat er toen in Kampen enkele jongemannen met serieuze reisplannen rondliepen. Waarschijnlijk zal Kruse als één van hen over zijn aanstaande pelgrimage hebben gepocht, wat door andere drinkebroers, onder wie Werner Robbertsz, niet ernstig is genomen.

 

Hoe dan ook, tijdens die bewuste avond heeft Kruse zijn voornaamste tegenspreker geboden: “hondert ende xxv golden guldens op iiij (d.i. 3 ½ honderd) golden guldens weder als hij van Jherusalem wederqueme, ende solde op mey uutreysen…” Dit voorstel zullen we aldus moeten interpreteren, dat de uitdager vóór de reis 125 goudguldens aan Werner Robbertsz zou betalen als een garantie voor zijn vertrek en dat hij vervolgens bij thuiskomst – uiteraard tegen overlegging van het bekende Jeruzalemse certificaat, mogen we aannemen – 350 goudguldens zou krijgen. Dit zou na volbrachte bedevaart Kruse een voordelig saldo van 225 goudguldens opleveren. Werner Robbertsz moet na een nacht slapen totaal ontnuchterd getracht hebben van zijn gegeven woord, dat wel met handslag was bekrachtigd maar niet zwart op wit vastgelegd, af te komen. En omdat Kruse daartoe niet wilde meewerken, is door deze, zoals het er uitziet, een geding aangespannen. Gelukkig zijn van dit proces wel de getuigenissen van de de andere etablissementsbezoekers bewaard gebleven, maar helaas niet de uitspraak van het schepengericht.

 

Nu kunnen we het in deze kwestie desnoods wel zonder volledige duidelijkheid over Jeruzalemreis en lidmaatschap stellen. In ieder geval zijn twee details van belang: om te beginnen het bedrag dat Kruse bij een geslaagde bedevaart uit de weddenschap zou overhouden. Daarmee zou hij de totale reissom gedekt hebben. Een andere nog te behandelen bron noemt in dit opzicht ongeveer eenzelfde bedrag. En verder is er de aangekondigde vertrektijd: “op mei”. Dat wil zeggen op 1 mei. Die was echt wat aan de krappe kant. Op dit punt had Kruse nog het advies van de Kamper Jeruzalembroeders nodig; die zouden hem zeker de raad geven het begin van de bedevaart een week of twee vroeger te stellen.

         
 

Terug naar boven

         

Foto 7:

Buitenkerk

te Kampen

(6) 1.1.4.3.2.1

Claas KRUSE - 41

 

Overlijden - - datum:

1581

Overlijden - - plaats:

Kampen

 

 

Echtgenoot:

Catharina van Ingen – 43

Echtgenoot Vader:

Pelgrim van Ingen – 44

Echtgenoot Moeder:

Claasje SPEULDE VAN – 45

Huwelijk - plaats:

Kampen

 

 

Kinderen:

Claasje (Nicola) – 46 – te Kampen

Johanna – 47 – te Kampen

Claas Kruse – 48 – te Kampen

         
 
         
 

Claas Kruse, die in 1581 stierf, liet twee dochters na. Zijn enige zoon, ook weer Claas geheten, stierf in 1574 aan de gevolgen van een steek, opgelopen tijdens een vechtpartij. In het protocol van zijn oom Ernst Kruse is op de bladzijde waarop deze gebeurtenis wordt vermeld, met een speld een stukje stof van Claas' kleding geprikt. Dit met een steekwapen doorboor-de lapje was een onderdeel van de bewijslast tegen de dader van de doodslag, een officier va het garnizoen.

 

Schout Ernst Kruse stierf in 1580; hij liet drie dochters na. Met de dochters van Claas en Ernst die allen trouwden met edellieden, en waarvan de laatste stierf in 1636, stierf ook de tak van Lodewijk Kruse uit.

 

Van deze Claes is het volgende bekend m.b.t. bezittingen.

 

Dien tienden op Campervene mit al sinen toebehoren gelegen beneden der kercke noertwert an. Voor het eerst genoemd in 1379 met als leenman Eemst van der Horst. Hetzelfde als van zijn vader.

1539 okt 8 (OA fol 118):     Claes Kruyse (geboren in 1511), onmondig, na de dood van zijn vader Claes Kruse. Hulder Johann Kruse.

1557 aug 4 (OC1 fol 61):     Claes Cruese.

1583 nov 6 (OC2 fol 59v):    Johanna Cruyse na de dood van haar vader Claes Cruise. Hulder haar man Henrick van Averenck.

1603 nov 1 (OC3 fol 53v)     Henrick van Averenck Henricksen na de dood van zijn moeder Johanna Cruise.

 

Dat uitsterven van de familie Kruse klopt formeel wel, alleen blijft de naam Kruse (later met een andere schrijfwijze) gewoon bestaan. Hoe dat kan? Hierover meer in het volgende hoofdstuk.

 

Uit een verhaal van Mw. Roukema-Kroeze uit Hamilton Ontario in Canada zou blijken dat een Kroeze in Canada beschikt over de zegelring met het wapen van Claes Kruse, schepen van Kampen. Het zou natuurlijk heel mooi zijn om er achter te komen hoe zij aan die ring komen.

 

Claes Kruse had van 1555 – 1572 onafgebroken zitting in de magistraat van Kampen. Op 11 april 1580 is Claes Kruse doopgetige bij zijn kleinzoon en naamgenoot Claes. Op 11 januari 1581 maakt Claes Kruse zijn testament.

Op 24 april 1553 hadden Claes Kruse en Catharina van Ingen 2 huizen gekocht op de Burgwal naast Johan Kruse. Volgens de boedelscheiding erfde Catharina van haar moeder een huis in de Oudestraat.

         
 

VIa Claas Kruse (37), lid van de Gezworen Gemeente 1546-1554, kerkmeester van het Sint-Geertruidengasthuis 1551-1553, memoriemeester van de Schepenmemorie 1559, lid van de Raad van Kampen 1554-1572, in 1572 nog op last van de graaf van den Berg in de Raad gekozen, overleden in 1581.

Claas Kruse bezat goederen in Kampen, Vollenhove, Dalfsen, Raalte, Kamperveen en IJsselmuiden, en was leenheer van een erf in Wijtmen in Zwollerkerspel.

Trouwt (huw. Voorw. 28-11-1546) met Catharina van Ingen, genaamd ‘de schone ‘, begraven in de Sint-Nicolaaskerk in 1568, dochter van Pelgrim van Ingen en Claasje van Speulde.

 

Uit dit huwelijk:

  1. Claasje (Nicola) (39), overleden 02-02-1586. Trouwt 14-08-1576 met Rodolf van Twiceklo, geboren in Deventer in 1550 en overleden in Kampen in december 1613, schout van Kampen en Kamperveen 1580-1613, zoon van Helmich van Twickelo en Armgart van Doetinchem. Roelof hertrouwt ten eerste met Geertruid van Ens en ten Tweede met Swane van Doetinchem.
  2. Johanna (40). Trouwt (huw. Voorw. 04-02-1568) met Hendrik van Averenk, gekozen in de Kleine Gemeente in 1571, lid van de Gezworen Gemeente 1571-1573, op last van de graaf van den Berg in 1572 ook in de Gezworen Gemeente gekozen, lid van de Raad van Kampen 1573-1580, zoon van Borchart van Averenck en Judith Swanen.
  3. Claas (41), overleden 16-05-1574 aan de gevolgen van een bij een vechtpartij opgelopen steekwond. Begraven in de Sint-Nicolaaskerk.

 

Terug naar boven

         

 

Foto 8:
Nieuwe Toren
te Kampen

 

 

(7) 1.1.4.3.2.1.1

Claasje (Nicola) KRUSE - 46

 

Overlijden - - datum:

2 Feb 1577

Overlijden - - plaats:

Kampen

Begrafenis - - datum:

Feb 1577

Begrafenis - - plaats:

Kampen

 

 

Echtgenoot:

Rudolff TWICKELOE VAN Ridder – 48

Geboorte - plaats:

Kampen

Doop - plaats:

Kampen

Overlijden - - plaats:

Kampen

Huwelijk - datum:

14 Aug 1576

Huwelijk - plaats:

Kampen

 

 

Kinderen:

Armgart – 49 – geb 30 okt 1577 te Kampen

Claes Kruse van Twickelo – 50 – geb 8 apr 1580 te Kampen

Catharina – 51 – 8 sep 1582 te  Kampen

Engelberta – 52 – 11 dec 1584 te Kampen

         
 

Op deze plaats is het eigenlijk van belang om iets meer te vertellen over de verwarring rondom de naam van de familie Kroeze die eigenlijk dus niet terecht blijkt te zijn. Zoals uit het bovenstaande blijkt stopt de naam van de familie Kruse bij Claasje (Nicola) Kruse. Dit als gevolg van de moord op Claas Kruse in 1574.

 

Er was dus geen mannelijke Kruse meerover. Claasje trouwde met Ridder Rudolf van Twickelo. Maar daar bleef het niet bij.

 

Zoals gezegd blijft ondanks het uitsterven van de familie Kruse, toch op raadselachtige wijze hun naam tot op de dag van vandaag bestaan. Uit de bronnen blijkt namelijk dat nadat Claas Kruse in 1574 op jonge leeftijd (zonder kinderen) was gedood, zijn zuster in 1580 trouwde met Rodolff van Twickelo, de laatste Schout van Kampen en Kamperveen.

Vlak voor de dood van de oude Claas Kruse in 1581 werd uit dit huwelijk een zoon geboren (nadat eerst een dochter Armgart was geboren).

Deze zoon die – op zich wel begrijpelijk – de naam Claas kreeg, staat verder te boek niet als Claas van Twickelo, maar als Claas Kruse van Twickelo. Zijn kinderen heten verder dan ook niet meer Van Twickelo, maar Kruse. Het lijkt voor de hand te liggen dat de oude Claas Kruse hier zeker een hand in heeft gehad door nog vlak voor zijn overlijden de naam Kruse in stand te houden. Meer informatie hierover is te vinden in Overijssels Regt en Geschiedenis (1930); blz. 226-227; bijlage IV:

Dit is natuurlijk een uiterst vreemde situatie. Wie hierover meer wil weten kan aan het einde van dit verhaal meer hier over lezen.

Het bovenstaande wordt in ieder geval onderbouwd door onderstaande passage uit dit boek; geschreven in 1930.

         
 
 
 
         
 

Rudolf werd als schout dus de opvolger van de oom van Claesken Kruse, Ernst Kruse, die van 1573 – 1580 schout van Kampen en Kamperveen geweest is. Rudolph was pas in 1579 burger van Kampen geworden en dit burgerschap was zeker een gelukkige voorbereiding tot zijn later succes bij zijn pogingen om het ambt van schout te verwerven. Eigenlijk moest de schout een geboren burger zijn, maar aanbeveling van invloedrijke personen hebben hem als overwinnaar naast een van zijn mededingers, de hooggeleerde heer Otto Gansneb gent-Tengnagel, doctor in de rechten, uit het strijdperk doen treden.

 

Later in dit verhaal zal ik nog ingaan op de voorouders van deze Rodolff van Twickeloe. Dit was een zeer intensieve speurtocht aangezien – hoewel er vele Van Twickelo’s voorkomen – de verbanden tussen de verschillende leden van deze omvangrijke familie niet altijd duidelijk waren. Uiteindelijk hebben een tweetal documenten veel licht op deze zaak geworpen. Het gaat om de volgende documenten:

 

  • Vereniging tot beoefening van Overijs-selsch Regt en Geschiedenis – Verslagen en Mededelingen; zeven en veertigste stuk tweede reeks – drie en twintigste stuk; N.V. Deventer boek- en steendrukkerij vroeger firma j. de lange – 1930  - Het deel: Rodolf van Twickelo, 1550 – 1613, laatste schout van Kampen (blz. 197 – 252); Mej. C.J. Welcker.
     

  • Het document dat ik uiteindelijk boven water haalde door vriendelijke tussen-komst van de archivaris van het Huisarchief Twickelo te Delden. A.L. van Schelven en A.J. Brunt; Voorlopig genealogisch overzicht familie van Twickelo. Ik kwam in het bezit van dit document d.m.v. een mailwisseling met Mw. Brunt in de zomer van 2007 terwijl zij op dat moment in Frankrijk verbleef.

 

 
 

Het Stamhuis van de Kruse's

 

Het is waarschijnlijk, dat de schout  Rodolf van Twickelo op “Het Hof” in de Oudestraat in het Bovenespel heeft gewoond. “Het Hof” was de algemene naam voor het “Rigthuis”, waar de schout woonde en zijn ambtelijke taak voltrok. Dit heeft in Kampen in de Oudestraat  dicht bij de St. Nicolaaskerk gelegen. Hier zetelde oorspronkelijk slechts de schout als ambtenaar van de Bisschop van Utrecht als heer en meester. Door de omstandigheid dat de Schepenen er later zitting hielden, is het “Rigthuis” hierboven geheel in het bezit van de magistraat gekomen, die het in 1513 aan Geert van Hengelen verkocht. Voor dat jaar moet “Het Hof”, de woon- en werkplaats van de schout naar de Oudestraat, Buitenespel verplaatst zijn. In 1694 wordt gesproken van de Twickels- of Timmermanspoort buiten aan de stadsmuur. Ongeveer ter hoogte van de plaats waar nu de Van Heutszkazerne verrijst moeten “Het Hof” en “Het Cleine Hoff” gelegen hebben.

 

De woning ten noorden er naast , uitkomende in de Buiten Nieuwstraat werd “Het cleyne Hoff” genoemd. Dit is na de dood van de langstlevende van de drie dochters Geertruid, Judith en Johann aan de twee kleinkinderen van Nicolaas gekomen, aan Jan Gerrit en Judith van Telkhuisen en van hen weer op de van Twickelo’s teruggekeerd. Op 31 juli 1706 verkoopt Maria Geertruid van Twickel nog een huis, schuur, hof , erve en where in de Oudestraat in het Buitenespel naast burgemeester Pieter Olycan van wie bekend is dat bij de overdracht van 6 december 1720 “Het Hof” van hem afkomstig was. Bij de verdeling der goederen zullen de 4 kinderen uit het eerste huwelijk”Het Hof”en de overigen “Het kleine Hoff” gekregen hebben.  Waarschijnlijk is het dat dit tweede huis door de Van Ensse’s in hun bezit kwam.

 

Bovendien zijn aan de kinderen uit Rodolf van Twtckelo's tweede huwelijk eigendommen toegewezen op "de bisschopskamer" op, Crusen kamer, "in 't saell", wat voor de opvatting van een wijdsch tehuis evenzeer pleit, als het feit, dat het begraven van hun moeder Geertruid van Ensse "buiten" geschiedde, terwijl "boven" voor haar met 3 poozen geluid werd. Met "Crusen” kamer zou bedoeld kunnen zijn, een vertrek, dat bij de ambsvoorgangers Peter, Claes of Ernst Kruse, alle schout, in gebruik geweest was, wat ook aan een stamhuis Kruse te Kampen doet denken. Deze kinderen blijken in 1635 tot de mede-erfgenamen van het echtpaar Glauwe toe Harstenhorst I) X van Ensse te behooren, welk geslacht. zoals uit de aantekening van 1607 van hun vader Rodolf van Twickelo blijkt. reeds lang in familiebetrekking tot hen stond. De nakomelingen van Twickelo te Kampen volgen op bijzondere lijsten tot in het vierde geslacht. Aangenomen werd lang dat in 1745 het geslacht in de rechte lijn te Kampen uitgestorven is. Ik waag dat echter te betwijfelen omdat ik van mening ben dat via de lijn van Claes Kruse van Twickelo de lijn wordt voortgezet; weliswaar onder de naam Kruse, maar toch naar mijn mening in rechte lijn.

Over het Stamhuis valt nog het e.e.a. op te merken:

Bisschop Philips van Bourgondië logeerde van 1 tot 6 October 1517 binnen Kampen “op het Hoff” en werd met 22 toortsen “in sijn hoff tot Kruesen huys” gebracht en was in “Evert huys van Ensse to gaste" (zie de Kroniek van Johan van Breda, p. 9-15, uitgave Overijsselsch Regt en Geschiedenis, 1864).

 

 

Bisschop Filips van Bourgondie: Filips was een onwettige zoon van hertog Filips de Goede, evenals zijn halfbroer, de Utrechtse bisschop David van Bourgondië. In 1486 werd hij tot ridder geslagen en in 1491 doodde hij eigenhandig een tegenstander. Hij stond aan het hoofd van het Bourgondische leger in het Sticht en als zodanig weigerde hij de begrafenis van David uit te voeren zolang diens opvolging in overeenstemming met de Bourgondische belangen niet geregeld was. Hij werd in 1498 door Filips de Schone tot admiraal benoemd en na een expeditie naar Rome in 1508 vestigde hij zich op kasteel Souburg op Walcheren, dat hij mede door de schilder Jan Gossaert in renaissancestijl liet verbouwen.

Filips werd door Karel V uit politieke overwegingen op de Utrechtse zetel geplaatst ter vervanging van Frederik van Baden. Bij zijn intocht in Utrecht had hij nog geen enkele wijding ontvangen; deze werden hem in de volgende dagen achter elkaar toegediend. Hij leidde een luxueus bestaan in de bisschoppelijke residentie, het kasteel van Wijk bij Duurstede als liefhebber van wapens, vrouwen en paarden. Hij leefde als een ware renaissance-vorst, en liet zich weinig gelegen liggen aan godsdienstige aangelegenheden, die hij door plaatsvervangers uitbesteedde. Hij bekommerde zich niet om het opkomende lutheranisme.

De families Kruse en van Ensse hebben beide in de Oudestraat bij de kerk in het Buitenespel gewoond, mede tengevolge van dit feit zal in 1587 het huwelijk van de weduwnaar Roloff van Twickelo met Geertruyd van Ensse, weduwe van Haersolte, tot stand gekomen zijn.

 

Maria van Hongarije, de landvoogdes, hield van 14 tot 16 Juli 1545 "op het Hoff" in de Oudestraat verblijf, maar ook van de Hertog van Alva met zijn twee zonen is bekend, dat hij 5 op Augustus 1568 bij "joffer of de weduwe Cruese,' (dit zou Gese, de weduwe van de schout Claes Kruse kunnen zijn)  logeerde. Mr. Nanninga Uitterdijk zegt, dat dit laatste bezoek in de Nieuwstraat plaats vond. Welnu de weduwe kan “het Hof” immers aan de schout Claes Witte ter bewoning hebben afgestaan. In ieder geval blijkt uit alles heel duidelijk, dat de Kruse's waardig bevonden werden ambtshalve of uit traditie de allerhoogste bezoekers te herbergen.

 

Maria van Hongarije, als landvoogdes van Holland aangesteld door haar broer Karel V. Tijdens haar regeringsperiode in deze gewesten gaf ze blijk van een enorme toewijding aan de keizer en bleef ze trouw aan de Bourgondisch-Habsburgse politiek. Ze staat bekend als een zeer begaafde en markante persoonlijkheid met een ruime belangstelling voor de humanistische studies en voor de kunst van de Renaissance. 

 

Bestand:HabsburgMaria.jpg

 

     
 

Terug naar boven

 

Wilt u meer weten over de Familie van Twickelo, klikt u dan hier

 

Deze Rudolf van Twickelo was overigens een volle neef van Balthazer Boedeker uit Deventerdie geboren was uit het huwelijk van de zuster van zijn vader Anna van Twickelo met Marten Boedeker. Van deze laatste twee in Deventer prominente personen zijn de bijgaande portretten bewaard gebleven

 

De portretten van Anna van Twickelo (geboren 1507; overleden voor 27 febr. 1605);

gehuwd in 1537 met Marten Boedeker (overleden voor 1557)

zijn aanwezig in het museum De Waag in Deventer

         
 
         
 

Het Testament van Twickelo

De Geert Grote Universiteit probeert een wens van meer dan vier eeuwen geleden alsnog in vervulling te laten gaan: In 1584 besloten Vrouwe Anna van Twickelo en haar zoon Balthazar Boedeker namelijk bij testament geld ter beschikking te stellen voor de oprichting van een Universiteit in Deventer. Zo ver is het echter niet gekomen: door de politieke troebelen en de Kerkscheuring zakte Deventer weg. Aan het einde van de zestiende eeuw was de verlegging van het politieke en economische zwaartepunt naar het westen een feit, en waren de Gouden Tijden voor Deventer voorbij. Meer dan een Athenaeum Illustre of Doorluchtige Hogeschool zat er voor de stad niet in.

 
Anna van Twickelo  |  Voormalig Academiegerbouw aan de Grote Poot, waar sedert 1874 Sociëteit 'De Hereeniging' is gevestigd.

 

Dit Athenaeum heeft bestaan van 1630 tot 1878. Het was een soort stedelijke mini-universiteit, waar men wel kon studeren, maar niet promoveren. De naam ‘Athenaeumbibliotheek’ herinnert hier nog aan, ofschoon ze al voordien, in 1560, gesticht was.

Vier pogingen in de vorige eeuw om in Deventer alsnog een universiteit te stichten, zijn door ingrijpen van hogerhand allemaal gestrand. Daarom gaat de GGU het nu van onderop proberen, opdat aan Anna’s laatste wil na 425 jaar alsnog recht wordt gedaan.

         
 

Afbeelding 8:

De middeleeuwse woning aan de Bauwehand Steeg, waar vroeger de familie Twickeloe woonde en die later ook gebruikt werd als schuilkerk. Het is niet zeker dat Claasje Kruse  en Rudolf Twickelo hier nog gewoond hebben.

 

 

         
 

Rodolf van Twickelo was zoals gezegd schout van Kampen. In die functie hield hij een boek bij. Op het schutblad van dit gerechtsprotocol, dat berust in het oud-archief van de Gemeente Kampen, staat vermeld:

 

“Liber Rodolphi a Twickelo”

“Ao 1580”

 

“Plustost mourir que changer ma pensée,”

 

(ik sterf nog liever dan dat ik mijn mening verander), terwijl dezelfde hand op de tweede bladzijde vervolgt:

 

Dijdt is mijnn gerichttboick binnen Campenn vann weghenn

Connel. Maiest. Myene aldergenedichsten herrn.

1580

Denn 14 Agusti“

 

„hebbe ick meinenn eeth gedaenn bijnnenn Campenn voer

Arentt tho Bocop vund Gertt Janss. Freese inn der tiett

schepenss aldaer.

         
 

Het quarto deeltje blijkt inderdaad als gerechtsboek dienst gedaan te hebben, daar vananaf 29 juli 1580 onder het opschrift: “Dat irste gerijchte” allerlei acten en lijsten van geïnde gelden volgen. Het laatste katern maakt daarop een uitzondering en blijkt door de schout Rodolf van Twickelo gebruikt te zijn, om op die bladzijden aantekeningen van blijde en droeve huiselijke voorvallen te houden. Het eerste door hem vermelde feit, zijn huwelijk met juffer Nicola of Claesken Kruse, dochter van Claes Kruse, dat 14 augustus 1576 in de kerk te Kampen gesloten werd,heeft hem behalve vier kinderen: Armgart, geb. 30 october 1577, Claes, geb. 8 april 1580. Catharina, geb. 8 september 1582 en Engelberta, geb. 11 december 1584, zijn aanstelling tot schout van Kampen en Kamperveen gebracht.

Wat van de ouders en voorouders bekend is, komt op het volgende neer. De van Twickelo’s behoorden tot een oudadellijk Overijsels geslacht, waarvan deze tak een oude Deventer regeringsfamilie was. In de naamlijsten door G. Dumbar in zijn “Kerkelijk en Wereldlijk Deventer” uitge-geven, komt reeds in 1450 en 1452 een Roloff van Twickelo als schepen in die stad voor. Zijn grootvader Roloff van Twickelo, uit de alliantie Twickelo x [van] Schuttorp gesproten was van 1508 – 1526 schepen van Deventeren met joffer Bruyns gehuwd. Zij hebben 5 zoons en 1 dochter gehad; Wijnolt, Raetsheer der Stad Deventer van 1543 – 1561, Roeloff, Helmich, Gerrijdt, [Rutger] en Anna.

Zijn vader, de tweede (?) zoon, trouwde tussen Nativitatis en Paschen 1549 in de Mariakerk te Deventer met Armgart van Doetinchem. Uit dit huwelijk werd in 1550 te Deventer onze Ro(e)loff als oudste zoon geboren. Volgens Getuigenissen, 1600 – 1603, G.A. Kampen, was: “die Edele en Erentfeste Rodolf van Twickeloe, schulz van Campen ende Campervene, den 28. September Ao. 1602 olt LII jaren, een bewijs te meer, dat 1550 inderdaad zijn geboortejaar is ge-weest.

 

Hij had nog een zuster Geertruid en een jongere broer Engbert. Na de dood van zijn moeder Armgart van Doetinchem huwde zijn vader tussen Navitatis en Paschen 1569 in de Mariakerk te Deventer zijn tweede vrouw Aeltgen Huernicks. Op 30 januari 1569 heeft de vader aan zijn drie kinderen “bewijs en reliqua” van hun moeder’s bezittingen gedaan.

 

Roelof trouwde na het overlijden van Claesken (Nicola) Kruse met joffer Geertruit van Ensse, weduwe van dr. Arent van Haersolte. Daarna trouwde hij nog een derde keer. Hij ondertrouwde op 20 october 1609 te Kampen met Swane van Doetinchem van Deventer, vermoedelijk een verwante van moederszijde.

Roelof overleed in 1613 op de leeftijd van 63 jaar.

 

Zoals gezegd schreef hij in zijn gerechts-boek veel informatie over zijn gezin. E.e.a. wordt onderstaand weergegeven:

         
 

Inschrijvingen:

 

Op huiden – den – 14 Aug. [1576] trouwede ick mijne irste huisfr[rouwe] in de kercke

J[uffer] Claesken Cruse, Claes Cruesen dochter.

 

Ao 1577

Ao. 1577 denn 30 October tuschen 9 vund tienndehalff uher des morgens,

wort mienn dochter Armgart geboeren. Namen der gevaedern: Is op woensdage geboren.

Mein vader Van Twickelloe gaff op die doepe 15 k.g.

Mien suster van Averenck gaff op die doepe 16 ½ k.g

Mienn moye vann Doetinchem gaff op die doepe 10 k.g.

Nicht Luloffs sonnt ihnn mienn moy vann Doetinchems plaets 1 olden daelder daerby was 32 ss.

 

Ao. 1580

Ao. 1580 denn 8. Aprilis op 1 Frydaege iss mien sonn Claes gebaeren

des morgens tuschenn tiendehallf vund tien uhern. Den 11 Aprilis gedoepet, de gewadern:

Mien vader Cruse gaff 1 sylveren scoep met 1 decksel.

Claes Wittenn gaff – 5 lew. Dd. (Leeuwendaalders) 1 van 33 ½ s. vund 2 sc.

Mien stieffmoeder gaff 4 g.(ouden) koningsdd. 1 d(aalder)

was – 46 ½ s; 1 Engelott was 4 g. 7 s. 1 lew. Dd. Was 33 ½ s.

 

Ao. 1582

Ao. 1582 denn 8. September des morgenns tott halff 8 uhren worde mienn dochter Catharina geboeren

op ein Saterdach weisende Mariengeboerten dach vund sinnen mien gevaedern geweest:

Mien broeder van Avenrennck gaff – 16 ½ k.g.gg. min 2 s.

Mien suster van Weinschem gaff – 15 ½ k.g. vund mien moye van Ingen gaff 9 – k.g.

 

Ao 1584

Ao 1584 den elfftenn Decembris worde op ein Vridaegennacht tuschen 3 vund 4 uherenn

mienn dochter Engelberta gebairen, de gevadern waren mienn moye Buckes gaf

18 k.g. 1 orth vund mienn moye van Twickelloe Grein huisfrouwe gaff -8-k.g.-7s.

vund mienn swager Jorgen van Inngen gaff 10 k.g. min 4 s.

Nicht Femme van Doernick sonnt ihn mien moye Buckes plaese,

vund nicht Bettyen Cruese ihn mienn moy van Twickelloe plaese,

vund umb dat se peete wolde heeten hefft, nicht Cruese daer bi gelecht – 49 s. 1 silveren coninckdd[aeler].

 

Ao. 1586

Ao. 1586 – op Lichmissendach ist die moeder van desse miene vier kinderen des morgens

omtrent viiffrhalff uhere ihn den Heern gerust.

 

Ao. 1603

Ao. – 1603 – den – 30 – Augusti. Omtrent tzavens ein weinich nae – 7 – uhren ist

Engelbert aan de pest in den Heern ontslaepen, olt in haer – 19 – jaar.

 

Ao. 1587

Ao. 1587 op ’s Wonnsdages thoe Pinnxtern, hebben ick mienn anderde huisfr.

Juffer Geertruit van Ennsse gekarckgannt. Ist Ao. 1608 – den – 12 Junij – tuschen

2 unde ein weinich voer 3 uheren in Godt met goede bekentenisse gerustet.

 

Ao. 1588

Ao. 1588 den 18 February weesende Vastelavennsdach des morgenns omtrennt negendehalff uhere,

ist mienn sonne Roloff gebarenn, geheeten nhae mien zal. Vader vund de gevaedern

waeren onse Stieffvader Simon Glauwe Harsten[h]ors[t], gaf tott een pillegave – 17 – k.g.,

vund mien moye Cruse gaff – 10 k.g. obiit Ao – 1599 – 24 – Augusti.

 

Ao. 1589

Ao. 1589 – op Marien geboerten dach wesende den 5. September weesende ein Mariendach

wart gebarenn mienn dochter Henrica, geheeten nhae mien z. vader

Henrich van Ensse ‘tsaevens omttrennt – 4 ½ - uhere haer peten waren

heer Diderich van Wietenhorst, praest thoe Devennter, gaff – 13 – k.r.g.

Mienn huisfr. Moder gaff – 17 – k.g. vund de drostinne van Iselmuden

offte se niet wall bi gelde wass, gaffe in medelle ao. 1600 den lesten Junij.

 

Ao. 1591

Ao. 1591 op onsse Leve Frouwen avent translationis 3. JUlij ist gebaerenn mien dochter Beatriech,

geheeten nhae mien suster ontrennt nhae 12 uheren tuschen den Sondach vund Maendach,

haer petenn warenn mienn moy van Ho[?]nepell gaff eine medallenn.

Mienn suster gaffe in batenbarche engelott – 4 k.g. 2 s., vund einn Riecksdaler,

vund de van Campervene hebben ’t nedich gemaeckt dat het koste mi 4 tonne biers.

 

Ao. 1593

Ao. 1593 tuschen denn – 12. Vund dertienden Augusti ist geboeren ts(n)achtz ein weinich nhae twe uheren vund ist geheeten nha mieen zal. Huisfr. Juffer Claescenn Kruse van Twickeloe, mienn dochter Klaesken, de peeten waren mien moye Inidick gaff – 6 – k.g. – 7 ½ - s. Mien swager Glauwe gaff – 9 kar. g. 4 s.

 

Ao. 1595

Ao. 1595 – prima May tuschen 1 vund 2 uheren snacht wort gebaeren mienn sonne Johann

sien petenn warenn mien vedder Boecker gaff elff k.g. 3 st. vund mienn vedder

Engbert van Doetinchem elff kr. G – 1 st.

 

Ao. 1596

Ao. 1596 – acht daegen voer S. Johan weesende denn 16. Junij worde gebaerenn

mienn dochter Judith, vund mien broder van Ensse was pete met mienn nicht Cruese.

Mienn broder gaff het kint ein g. pennick. Mien nicht Cruese – 16 – k.g.

 

Ao. 1599

Ao. – 1599 – 15 – Septembris ist gebaeren mienn dochter Johan geheten nae mien

zal. Sonn, sonnder peten.

 

Ao. 1600

Ao. – 1600 – denn – 23 – Novembris ist mienn anderde sonn Roeloff gebaeren,

wesende einn Maendach omtrennt halff 8 uheren des morgenns.

 

Ao. 1603

Ao. – 1603 – tuschen den 10 – und 11 – Martij worde mien anderde dochter Henrica gebaren,

wesennde tuschen den Donderdach vund Vridach, des morgens omtrentt derdehalff vund 3 uheren

geheten nae mienn zal. Dochter Henrica, mienn mode rist alleine de pete daervanm

vund hefft het seer heerlicke gemaickt.

 

Ao. 1607

Ao. – 1607 – den 16 Novembris, omtrent ’s morgens ein weinich voor acht uheren

starff juffer Margareta van Wilsum irst. Wed. van Henrick van Ense.

Daernae nam sien einen man g(e)n(aem)t Simon Glauwe Harstenhorst,

dair se iucj wed, van was, undt ist van hartzeer van het anderde hilick gestoreven,

wegen die erffgenamen.

 

Ao. 1608

Ao. – 1608 – den – 12 Junij tuschen 2 und 3 uheren des naemiddages ist mien anderde huisfr.

In den Heeren gerustet ant water, naelatende mi ses cleine kindern.

Cortz daer nae den – 13 – Augusti, ist het jongeste kindecken genaemt Henrickyen

an de kinder pockens des morgens omtrent tiendehalve uhere oick gestorven.

Bi deze leste frouwe hebbe ick – 9 – kinderen unde bi de voerige viere gehadt.

         
 
         
 
         
 

Terug naar 14e eeuw

Verder naar de 17e en 18e eeuw